Art. 1 Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart, Inleidende Bepalingen

Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze Rijkswet bepaalde wordt verstaan onder:

a. "Onze Minister": Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

b. "schip onder de vlag van het Koninkrijk":

1°. een schip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren, niet zijnde een oorlogsschip, hetzij

2°. een Nederlands vissersvaartuig, dat bedrijfsmatig wordt gebruikt voor de zeevisserij, de kustvisserij of de visserij op het IJsselmeer, een en ander in de zin van de Visserijwet 1963, hetzij

3°. een schip dat op grond van voor Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren, hetzij

4°. een bij landsverordening van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten als zodanig in Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten thuisbehorend vissersvaartuig.

c. "reder": de eigenaar of, ingeval van rompbevrachting, de rompbevrachter.

d. "scheepsregister": het openbare register voor de teboekstelling van zeeschepen van Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten.