Art. 4:73 BW, De omvang van de legitieme portie
Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BW4)
1. De waarde van een legaat aan een legitimaris van een bepaalde geldsom of van niet in een vorderingsrecht bestaande goederen der nalatenschap komt ook in mindering van zijn legitieme portie wanneer hij het legaat verwerpt, tenzij
a. het legaat onder een voorwaarde, een last of een bewind is gemaakt, of
b. ten laste van de legitimaris sublegaten zijn gemaakt die verplichten tot iets anders dan betaling van een geldsom, of
c. het legaat later dan zes maanden na het overlijden van de erflater, of indien de legitimaris mede-erfgenaam is, pas na de verdeling der nalatenschap opeisbaar wordt, of
d. het legaat ten laste komt van een of meer erfgenamen wier erfdelen ontoereikend zijn om het legaat daaruit te voldoen, en de verwerping binnen drie maanden na het overlijden van de erflater geschiedt.
2. Heeft de erflater de in artikel 125 lid 2 bedoelde bevoegdheid ontzegd aan een legitimaris, dan kan deze het legaat binnen drie maanden na het overlijden van de erflater verwerpen, zonder dat de waarde ervan in mindering komt van zijn legitieme portie.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 31 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:434
- Conclusie A-G Wissink 9 juni 2023, ECLI:NL:PHR:2023:691
- Rb. Rotterdam 30 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:13120
- Rb. Noord-Holland 31 mei 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:4941
- Rb. Midden-Nederland 31 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:354
- Rb. Limburg 20 december 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:7535
- Conclusie A-G Bartels 30 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:120
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:322
- Hof Amsterdam 9 november 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3298