Art. 16 Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen, De verificatie van de vorderingen der obligatiehouders
1. De indiening van de vorderingen van de obligatiehouders geschiedt bij het kantoor van de Vereeniging of bij een, door de Vereeniging aan te wijzen kantoor, door schriftelijke opgave van naam, aantal, nummer en nominale waarde van de obligaties, vergezeld van de waardepapieren zelf, bestaande uit mantel, talon en niet-verzilverde coupons.
2. De houders zijn bevoegd een ontvangbewijs te vorderen.