Art. 3 Wet houdende regeling betreffende de Mijnraad
Wet houdende regeling betreffende de Mijnraad
1. De Mijnraad bestaat uit ten hoogste tien leden, die telkens voor vier jaar door Ons worden benoemd.
2. Hij, die tot lid is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, moest aftreden.
3. De voorzitter wordt door Ons uit de leden van de raad aangewezen.
4. De raad wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan.