Art. 7 WVOW, De vergunning
Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVOW)
1. Op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om verlening van een vergunning krachtens artikel 1, eerste of vierde lid, of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 1, derde lid, eerste volzin, voorzover dit bij die maatregel is bepaald, zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid zijn afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing, indien de beschikking betrekking heeft op afvalwater van huishoudelijke aard, waarvan met betrekking tot de vervuiling met zuurstofbindende stoffen de vervuilingswaarde geringer is dan honderd vervuilingseenheden, tenzij dat afvalwater wordt gebracht in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen oppervlaktewateren.
3. Een vervuilingseenheid vertegenwoordigt het verbruik van 54,8 kilogram zuurstof per kalenderjaar.
4. Het orgaan dat bevoegd is de beschikking op de aanvrage te geven, stelt de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen in de gelegenheid hem van advies te dienen omtrent het ontwerp van de beschikking.
5. De artikelen 8.8 tot en met 8.13, 8.15 tot en met 8.20, 8.21, voor zover het gevallen betreft waarop artikel 31a niet van toepassing is, 8.22, 8.27 en 21.1 van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een vergunning als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat voor die toepassing onder "Onze Minister" wordt verstaan: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
6. In gevallen waarin een vergunning krachtens deze wet wordt aangevraagd voor het brengen in het oppervlaktewater van stoffen als bedoeld in artikel 1, vanuit een inrichting met betrekking waartoe een algemene maatregel van bestuur geldt, vastgesteld krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer, draagt het bevoegd gezag er bij de beslissing op de aanvrage zorg voor dat er geen strijd ontstaat met bij die maatregel gestelde regels.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 13 januari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BK9024
- ABRvS 23 november 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK5029
- ABRvS 28 oktober 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK1370
- ABRvS 27 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BE9312
- ABRvS 29 augustus 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB2492
- ABRvS 15 augustus 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB1763
- ABRvS 16 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA5233
- ABRvS 2 augustus 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY5488
- ABRvS 23 november 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU6668
- ABRvS 26 oktober 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU4995
- ABRvS 17 augustus 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU1120
- ABRvS 8 februari 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AS6178
- ABRvS 9 februari 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AS5466
- ABRvS 12 november 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR5820
- ABRvS 13 oktober 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR3742
- ABRvS 1 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ8732
- ABRvS 19 december 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AO0956
- ABRvS 17 december 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AO0240
- ABRvS 17 december 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AO0238
- ABRvS 26 februari 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF5028