Art. 1:26a BW, De verklaring voor recht omtrent de rechtsgeldigheid in Nederland van een buitenlandse akte of uitspraak
De rechtbank kan, op verzoek of ambtshalve, bij de in het eerste lid van artikel 26 bedoelde verklaring voor recht tevens de toevoeging van een latere vermelding, op grond van artikel 24, eerste lid, aan een in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand voorkomende akte gelasten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. 's-Gravenhage 5 oktober 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8661
- Rb. Rotterdam 21 november 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9174
- Rb. Overijssel 31 december 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:7612
- Rb. Limburg 18 juni 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:4118
- Rb. Den Haag 1 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29081
- Rb. Den Haag 24 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:14377
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 1 juni 2021, ECLI:NL:OGEAA:2021:500
- Hof 's-Hertogenbosch 17 maart 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:881
- Hof 's-Hertogenbosch 19 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:976
- Hof Amsterdam 28 juni 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1936
- Hof Amsterdam 18 januari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:136