Art. 1:137 BW, Algemene regels voor verrekenbedingen
1. Onverminderd het derde lid, geschiedt een verrekening in geld.
2. Indien op grond van een verrekenbeding over en weer opeisbare vorderingen ontstaan, worden beide vorderingen van rechtswege met elkaar verrekend tot aan hun gemeenschappelijk beloop.
3. Een echtgenoot is slechts gehouden een inbetalinggeving van goederen te aanvaarden dan wel kan deze slechts verlangen in plaats van een verrekening in geld, voor zover de verrekening in geld naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zwolle-Lelystad 16 februari 2005, ECLI:NL:RBZLY:2005:AS6692
- Rb. Midden-Nederland 11 februari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:546
- Rb. Dordrecht 14 november 2012, ECLI:NL:RBDOR:2012:BY4892
- Rb. Amsterdam 1 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:6392
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 12 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL8435
- Conclusie A-G Langemeijer 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF3415
- Hof 's-Hertogenbosch 20 januari 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:135
- Hof 's-Hertogenbosch 12 juli 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2899
- Hof Arnhem 28 juni 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BR4699
- Hof Arnhem-Leeuwarden 7 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:110
- Hof Arnhem-Leeuwarden 29 november 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:9595
- Hof Amsterdam 28 maart 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:765