Art. 3 Kringverordening
1. De kringen zijn bevoegd aanbevelingen te doen ter voorziening in vacatures in het bestuur, de commissies en overige organen van de Orde.
2. Indien een kring een reglement van orde vaststelt, behoeft dit de goedkeuring van het bestuur.
3. Buiten de organisatie van de Orde treden de kringen slechts op na verkregen machtiging van het bestuur.