Art. 2 Inrichting rassenlijst voor groentegewassen

Inrichting rassenlijst voor groentegewassen

De op de rassenlijst geplaatste rassen en andere groepen van planten worden gerubriceerd door aanduiding met één of meer van de navolgende hoofdletters, waarvan de betekenis luidt:

A

=

hoofdras; ras, dat voor algemene of vrij algemene verbouw in aanmerking komt;

B

=

beperkt aanbevolen ras; ras, dat voor speciale omstandigheden of voor beperkte verbouw aanbevolen wordt;

N

=

nieuw ras.

O

=

ras dat van geringe betekenis wordt geacht.