Art. 2 Inrichting rassenlijst voor landbouwgewassen
Inrichting rassenlijst voor landbouwgewassen
De op de rassenlijst geplaatste rassen en andere groepen van planten worden gerubriceerd door aanduiding met één of meer van de navolgende hoofdletters, waarvan de betekenis luidt:
2. Aanduiding met één of meer van de in het eerste lid genoemde hoofdletters, met uitzondering van de aanduiding U, betekent dat het ras voldoende cultuur- en gebruikswaarde heeft als bedoeld in artikel 5 van de in het eerste lid genoemde Richtlijn.