Art. 8a ALGEMENE DAGLOONREGELEN ZIEKTEWET, Bijzondere bepalingen
ALGEMENE DAGLOONREGELEN ZIEKTEWET
1. Voor de werknemer, wiens beroep is musicus of artiest, en die laatstelijk voor het ontstaan van zijn ongeschiktheid tot werken zijn beroep uitoefende in een arbeidsverhouding, niet zijnde een vaste jaarbetrekking, wordt, in afwijking van het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 6, het dagloon vastgesteld overeenkomstig het in dit artikel bepaalde Voor de vaststelling van het dagloon wordt berekend, hetgeen de werknemer in de laatste 52 kalenderweken aan het ontstaan van de ongeschiktheid tot werken onmiddellijk voorafgaande in zijn beroep aan loon en aan bruto-uitkering ingevolge de Werkloosheidswet te zamen gemiddeld per dag heeft genoten, met dien verstande, dat bij deze berekening:
a. buiten aanmerking blijven de in die periode gelegen dagen waarop hij ten gevolge van ongeschiktheid tot werken niet tegen zijn normale loon werkzaam was, benevens het over die dagen genoten loon;
b. voor de berekening van het aantal dagen per kalenderweek niet meer dan vijf dagen in aanmerking worden genomen.
2. Het bepaalde in artikel 7a is van overeenkomstige toepassing.