Art. 96a MCP, De veiligheid

Mijnreglement continentaal plat (MCP)

1. Door de bestuurders van een mijnonderneming, waarin - of waarvoor door anderen - een opsporingsonderzoek wordt ingesteld, dan wel delfstoffen worden gewonnen, dient jaarlijks aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen, de Directeur-Generaal van de Rijkswaterstaat en de Directeur-Generaal voor de Milieuhygiëne een op het volgende kalenderjaar betrekking hebbend rampenbestrijdingsplan voor alle bij dat onderzoek of die winning in gebruik zijnde mijnbouwinstallaties te worden toegezonden; het plan moet ten minste 14 dagen vóór de aanvang van het betrokken kalenderjaar in het bezit van die ambtenaren zijn.

2. In geval in de loop van enig kalenderjaar met een opsporingsonderzoek of het winnen van delfstoffen wordt begonnen, dient door de bestuurders van de betrokken mijnonderneming tijdig tevoren een op dat jaar en op de bij dat onderzoek of die winning te gebruiken mijnbouwinstallatie(s) betrekking hebbend rampenbestrijdingsplan aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren te worden toegezonden.

3. Het plan moet voldoende gegevens bevatten betreffende de maatregelen, welke zijn of zullen worden genomen zowel ter bestrijding van voorvallen, die ernstig gevaar opleveren voor de veiligheid van de bij mijnbouwkundig werk werkzame personen, van de scheepvaart of van de visserij, dan wel voor verontreiniging van de zee, als ter beperking van de gevolgen van zodanige voorvallen.

4. Indien het plan voor wat betreft de daarin aangegeven maatregelen naar het oordeel van Onze Minister wegens onvolledigheid of anderszins niet voldoet aan redelijk te stellen eisen, moet dit op zijn verlangen en te zijnen genoegen, voor wat betreft de maatregelen ter beperking van de gevolgen van voorvallen als in het derde lid bedoeld, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, worden gewijzigd.

5. Onze Minister kan van het eerste en tweede lid ontheffing verlenen; hij kan daarbij:

a. in geval van ontheffing van het eerste lid, goedkeuren dat de bestuurders van door hem daarbij aan te wijzen mijnondernemingen voor de uitvoering van dat lid een gemeenschappelijk plan indienen;

b. in geval van ontheffing van het tweede lid, goedkeuren dat de bestuurders van de betrokken mijnonderneming zich voor de uitvoering van dat lid conformeren aan een op het betrokken kalenderjaar betrekking hebbend plan als onder a bedoeld.