Art. 11 Uitkeringsregeling 1966, Vermindering van de uitkering
Indien de betrokkene:
a. een hem aangeboden ambt of betrekking, welke hem in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden redelijkerwijs kan worden opgedragen, weigert te aanvaarden;
b. in de gelegenheid is om op een wijze, die voor hem passend kan worden geacht, inkomsten te verkrijgen, daarvan geen gebruik maakt;
c. inkomsten, als bedoeld in artikel 9, zonder voldoende reden prijs geeft, dan wel door eigen schuld of toedoen verloren doet gaan;
wordt de uitkering verminderd met het bedrag, waarmede de uitkering vermeerderd met de verzuimde, dan wel met de prijsgegeven of verloren gegane inkomsten de bezoldiging zou hebben overschreden.