Art. 11 Reglement op de Raccordementen 1966

Reglement op de Raccordementen 1966

1. De raccordementsbeambten worden door de bestuurders aangewezen. De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister; deze kan de instemming ook achteraf verlenen. Raccordementsbeambten kunnen worden beëdigd.

2. De eed (belofte) wordt afgelegd ten overstaan van een kantonrechter van een rechtbank en luidt als volgt: "Ik zweer (beloof), dat ik alle plichten, welke mij door of krachtens de Locaalspoor- en Tramwegwet zijn of zullen worden opgelegd, eerlijk en vlijtig zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat beloof ik)".