Art. 12 Og, Vergunningen
1. Indien naar het oordeel van het ingevolge artikel 8, bevoegde gezag met de uitvoering van een ontgronding niet kan worden gewacht, kan dat gezag machtiging verlenen om, zolang op de aanvrage niet onherroepelijk is beslist, de uitvoering aan te vangen. Deze machtiging wordt niet verleend, zolang de in artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde termijn niet is verstreken.
2. Deze machtiging wordt verleend onder de voorwaarde, dat zekerheid wordt gesteld voor de betaling van de kosten om de betrokken onroerende zaak in een zodanige toestand te brengen als bij deze machtiging wordt bepaald, indien de vergunning wordt geweigerd of van een verleende vergunning geen gebruik wordt gemaakt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986
- ABRvS 2 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1273
- ABRvS 15 oktober 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK0789
- ABRvS 31 januari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:AZ7414
- ABRvS 20 december 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU8717
- ABRvS 23 september 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU3380
- Rb. Zwolle-Lelystad 2 mei 2012, ECLI:NL:RBZLY:2012:1767