Art. 2 Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen, Bewijs van verzekering binnenlandse niet-kentekenplichtige motorrijtuigen

Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen

1. Behoudens het bepaalde in artikel 6 moet de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij zich hebben:

a. een geldig bewijs van verzekering, welke op de in artikel 3, eerste lid, voorgeschreven wijze op het gehandicaptenvoertuig is bevestigd en welke behoort bij de verzekering, bedoeld onder b; alsmede

b. een document waaruit blijkt dat met betrekking tot het door hem bestuurde gehandicaptenvoertuig een verzekering overeenkomstig de wet van kracht is.

2. Het bewijs van verzekering en het document, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt door de verzekeraar.