Art. 40 Mijnreglement 1964, Aanleg en inrichting van mijn- en boorwerken. Bescherming van delfstoffen
1. Voor alle ondergrondse winningsplaatsen moeten tijdig vóór de inbedrijfstelling bestekken worden opgesteld.
2. Aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen moeten overeenkomstig door Onze Minister te stellen nadere regelen gegevens worden verstrekt betreffende de methoden van winning, ondersteuning en opvulling.
3. Van het aantrekken van een pijler of simpel, dan wel van het weer in bedrijf nemen van een pijler of simpel, die tenminste acht weken buiten bedrijf is geweest, moet tijdig tevoren aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen schriftelijk mededeling worden gedaan. Indien dit niet mogelijk is, moet hem ten spoedigste telefonisch of anderzins mondeling mededeling worden gedaan, welke mededeling onverwijld schriftelijk moet worden bevestigd.