Art. 36c Mijnreglement 1964, Bijzondere bepalingen voor mijnbouwinstallaties
1. Een mijnbouwinstallatie moet ten opzichte van de te verwachten windsterkte, golven en stroming van het water, alsook zo nodig met het oog op het aanleggen van vaartuigen of het landen van hefschroefvliegtuigen of andere luchtvaartuigen veilig zijn geplaatst, verankerd of op andere doelmatige wijze op haar plaats worden gehouden.