Art. 326 Mijnreglement 1964, Het Staatstoezicht op de Mijnen
1. Alvorens hun ambt te aanvaarden, leggen de Inspecteur-Generaal der Mijnen in handen van Onze Minister, en de krachtens artikel 325, eerste lid, aangewezen ambtenaren in handen van de Inspecteur-Generaal der Mijnen, de eed of de belofte af, inhoudende, dat zij ijverig, nauwgezet en onpartijdig de plichten zullen nakomen, welke hun ambt medebrengt.
2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren nemen middellijk noch onmiddellijk deel in een onderneming, waartoe een mijn- of een boorwerk in Nederland behoort of die in Nederland mijnbouwkundige onderzoekingen verricht.