Art. 27 Mijnreglement 1964, Aanleg en inrichting van mijn- en boorwerken. Bescherming van delfstoffen
1. Een diepboring mag niet anders geschieden dan overeenkomstig een aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen toegezonden doelmatig, schriftelijk boorprogramma. Dit programma moet vergezeld gaan van een opgave van naam, voornamen, beroep en woonplaats van de leider der werkzaamheden. In geval deze in het buitenland woonachtig is, dient zijn verblijfplaats in Nederland te worden opgegeven.
2. Het boorprogramma moet tenminste vier weken vóór de aanvang der betrokken werkzaamheden in het bezit zijn van de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
3. De artikelen 20, derde lid, 21 en 22 zijn van overeenkomstige toepassing.