Art. 254 Mijnreglement 1964, Gezondheid en hygiëne

Mijnreglement 1964

1. In de in artikel 214 bedoelde luchtmeetstations moeten tenminste eenmaal in de veertien dagen de droge luchttemperatuur, de natte luchttemperatuur en de snelheid van de luchtstroom worden gemeten ter bepaling van de effectieve temperatuur. Indien en zolang deze laatste 27 °C of hoger blijkt te zijn, moeten de metingen dagelijks worden verricht.

2. Indien Onze Minister zulks verlangt, moeten metingen overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde eveneens worden verricht op door hem aan te wijzen andere plaatsen in de ondergrondse werken.

3. Indien Onze Minister zulks verlangt, moeten de bestuurders van de betrokken mijnonderneming de Inspecteur-Generaal der Mijnen onverwijld schriftelijk in kennis stellen van de gevallen, waarin een effectieve temperatuur van 27 °C of hoger is waargenomen.