Art. 246 Mijnreglement 1964, Gezondheid en hygiëne
1. Een lokaal met aanhorigheden of een overdekte plaats, waar personen plegen aanwezig te zijn, moet vrij zijn van grond- en rioolwater en met de zich aldaar bevindende inventaris zindelijk en zoveel mogelijk vrij van stof worden gehouden. Het oppervlak van vloeren, muren en plafonds van de ruimten moeten van zodanige aard zijn dat zij kunnen worden schoongemaakt en onderhouden ten einde passende hygiënische omstandigheden te verkrijgen.
2. In een lokaal, waarin water wordt gebruikt, moet dit op doelmatige wijze kunnen afvloeien. Afval en vuilnis moeten zo spoedig mogelijk en op doelmatige wijze worden verwijderd.