Art. 142 Mijnreglement 1964, Het verlaten van werken, inrichtingen en terreinen
1. Alvorens een gedeelte van de ondergrondse werken wordt verlaten, moeten voldoende maatregelen zijn genomen in het belang van de luchtverversing en om het uittreden van gevaarlijke gassen en het optreden van water- of drijfzanddoorbraken te voorkomen, en, indien gevaar voor broei aanwezig is, voldoende maatregelen om het optreden hiervan te voorkomen.
2. Tijdelijk of voorgoed verlaten gedeelten, die nog toegankelijk zijn, moeten voldoende worden geventileerd of anders zodanig worden afgesloten, dat zij niet zonder het gebruiken van geweld kunnen worden betreden.
3. Het is aan onbevoegden verboden de afsluitingen te verbreken of de betrokken gedeelten te betreden.