Art. 137 Mijnreglement 1964, Boorwerken

Mijnreglement 1964

1. Alvorens een bij een diepboring behorend boorgat wordt verlaten, moeten de delfstofhoudende lagen en de delfstofafzettingen, voor zover daaraan door water schade kan worden toegebracht, waterdicht zijn afgesloten; de plaats van een dergelijk boorgat moet aan de hand van de krachtens artikel 128, vierde lid, of 134, derde lid, aangewezen bescheiden kunnen worden nagegaan.

2. Van het verlaten van een boorgat als in het eerste lid bedoeld moet binnen 14 dagen schriftelijk mededeling worden gedaan aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen.