Art. 7 Visserijwet 1963, De kustvisserij
1. Het is verboden in een water, als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c , te vissen voor zover een ander rechthebbende is op het visrecht van dat water.
2. Het verbod van het eerste lid geldt niet:
a. voor hem, die voorzien is van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende, geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend;
b. voor hem, die de rechthebbende op het visrecht of de houder der schriftelijke toestemming behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend;
c. indien en voor zover het Rijk de rechthebbende op het visrecht is, behoudens in de gevallen bij algemene maatregel van bestuur bepaald;
d. voor hem, die vist met ten hoogste twee hengels.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 25 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3868
- ABRvS 21 augustus 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE6736
- ABRvS 21 augustus 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE6737
- Rb. Rotterdam 24 juni 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6462
- Rb. Noord-Holland 3 november 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:10711
- Rb. Middelburg 31 juli 2001, ECLI:NL:RBMID:2001:AE2678