Art. 10 Invoeringswet douanewetgeving, Algemene bepalingen inzake de accijnzen
1. Ten aanzien van alle geldboeten, welke zijn bedreigd in de wetten, gewijzigd bij de artikelen 4-8, geldt een minimum van vijftig cent. In de gevallen waarin die wetten de geldboete op een vast bedrag of op een bedrag verband houdende met de ontdoken belasting bepalen, geldt dat bedrag als maximum.
2. De in die wetten voorkomende bepalingen met betrekking tot de verbeurdverklaring, blijven buiten toepassing.