Art. 48 Wet op de Ruimtelijke Ordening, Aanlegvergunningen

Wet op de Ruimtelijke Ordening

Burgemeester en wethouders kunnen een aanlegvergunning intrekken:

a. indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

b. indien binnen een in de vergunning te bepalen termijn na de dagtekening van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;

c. indien de werkzaamheden langer dan een in de vergunning te bepalen termijn zijn gestaakt.