Art. 1 Rijkssubsidieregeling voor het algemeen maatschappelijk werk, Algemene bepalingen

Rijkssubsidieregeling voor het algemeen maatschappelijk werk

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

de Minister van Maatschappelijk Werk;

het Ministerie van Maatschappelijk Werk;

een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, die zich ten doel stelt:

het verrichten van arbeid, gericht op het voorkomen en opheffen van de verscheidene maatschappelijke moeilijkheden van de mens als zodanig en van het gezin, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de relatie met andere levensverbanden, teneinde bij te dragen tot een persoonlijk en maatschappelijk bevredigend functioneren van de mens;

diploma van een ingevolge de Nijverheidsonderwijswet gesubsidieerde school voor maatschappelijk werk;

schriftelijke verklaring, afgegeven door het bestuur van een der opleidingsinstituten, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1, dat de betrokkene de opleiding met goed gevolg heeft doorlopen;

alle betalingen aan – dan wel ten behoeve van – functionarissen, supervisors in vast dienstverband en administratieve hulpkrachten, welke worden gerekend tot het belastbaar loon volgens het Besluit op de Loonbelasting 1940;

de door de minister ingestelde commissie, belast met het uitbrengen van adviezen inzake deze regeling.