Art. 1 Besluit ter voorkoming en opheffing van omroepstoringen door verbrandingsmotoren 1959

Besluit ter voorkoming en opheffing van omroepstoringen door verbrandingsmotoren 1959

Dit besluit verstaat onder:

a. "Onze minister", Onze minister belast met de zorg voor de zaken van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie;

b. "directeur-generaal", de directeur-generaal der Posterijen, Telegrafie en Telefonie;

c. "radiostoringscommissie", de commissie bedoeld bij artikel 13 van het Radiostoringsreglement 1951;

d. "radio-omroepontvangst", de ontvangst van de Nederlandse omroepzenders, werkende op frequenties tussen 40 en 240 megahertz;

e. "omroepstoring", de storing, welke veroorzaakt wordt in de radio-omroepontvangst door een aan een verbrandingsmotor dienstbaar zijnde elektrische ontstekingsinrichting, welke op een afstand van 10 meter een stoorveldsterkte opwekt van 50 microvolt per meter of meer.