Art. 1 Aanvulling richtlijnen ingevolge artikel 50 Vleeskeuringswet

Aanvulling richtlijnen ingevolge artikel 50 Vleeskeuringswet

Als inrichtingen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, onder c, van de Vleeskeuringswet, worden aangewezen:

a. het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid, te Utrecht;

b. de tot de Stichting Centraal Diergeneeskundig Instituut behorende inrichtingen;

c. de instituten van de faculteit der diergeneeskunde van de rijksuniversiteit te Utrecht;

d. de laboratoria van de Stichtingen Gezondheidsdienst voor Dieren, welke door de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren op grond van haar statuten als haar organen zijn aangewezen;

e. de Stichting Instituut voor Landbouwkundig Onderzoek van Industriële Biologische, Biochemische en Chemische Producten, te Wageningen.

f. de praktijkruimten van praktiserende dierenartsen;

g. RCC Notox B.V. te 's-Hertogenbosch;

h. Dopharma B.V., Zalmweg 24 te Raamsdonksveer;

i. de kringlaboratoria en het Centraal Laboratorium van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees;

j. het Centraal Dierenlaboratorium van de Katholieke Universiteit Nijmegen;

j. de Zodiac proefaccommodaties van de Landbouwuniversiteit Wageningen;

k. het Institute for Animal Health in Edingburgh, Schotland;

l. het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten te Wageningen;

m. Centrale Proefdiervoorzieningen van de Universiteit Maastricht (CPVUM);

n. de Universiteit in Bristol, Division of Food Animal Science, Verenigd Koninkrijk;

o. de laboratoria van de Keuringsdienst van Waren;

p. faculteit der geneeskunde en gezondheidswetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam.