Art. 2 LVW, Begripsbepalingen

Luchtvaartwet (LVW)

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt mede verstaan onder

a. gezagvoerder: hij, die een luchtvaartuig alleen bedient;

b. bedienen van een luchtvaartuig: het verrichten van handelingen aan boord van een luchtvaartuig ten behoeve van het gebruik van dat luchtvaartuig;

c. terreinen: watergebieden;

d. bouwwerken: getimmerten, constructiemasten, bovengrondse geleidingen, dijken en kaden.

e. luchtwaardigheid: de toelaatbaarheid van het door het luchtvaartuig veroorzaakte geluid.

Uitspraken die dit artikel aanhalen