Bijlage I Besluit bescherming gas- en elektriciteitsbedrijven: behorende bij het Besluit bescherming gas- en elektriciteitsbedrijven. (Stb. 1957, 580)

Besluit bescherming gas- en elektriciteitsbedrijven

1. Het aanbrengen van een alarminstallatie teneinde bij dreigend gevaar op duidelijk waarneembare wijze het op de terreinen en in de gebouwen aanwezige personeel en publiek te kunnen alarmeren. 2. Het aanbrengen van een alarminstallatie teneinde het personeel, dat zo lang mogelijk op zijn post moet blijven, op bijzondere wijze te kunnen alarmeren. 3. Het inrichten en bemannen van een waarnemingspost teneinde, wanneer nodig, de sub 2 bedoelde alarminstallatie in werking te kunnen stellen. 4. Het voorkomen van lichtuitstraling. 5. Het vormen van een brandweerorganisatie. 6. Het bevorderen van een snelle brandmelding en oproeping van het brandweerpersoneel. 7. Het zo mogelijk brandvrij maken van gebouwen en installaties. 8. Het aanbrengen van brandladders en brandtrappen aan de daarvoor in aanmerking komende gebouwen. 9. Het aanschaffen van het materiaal nodig voor de bestrijding van het begin van brand. 10. Het inrichten in of bij de gebouwen van scherfvrije schuilgelegenheden, welke bij alarm tijdig en op ordelijke wijze door het aanwezige personeel en publiek kunnen worden bereikt. 11. Het inrichten in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van de werkzaamheden van bijzondere, scherfvrije en tegen instorting bestand zijnde schuilgelegenheden ten behoeve van het personeel, dat zo lang mogelijk op zijn post moet blijven. 12. Het inrichten van verbandposten, welke tevens zijn uitgerust voor het behandelen van verwondingen van het personeel tengevolge van beschadiging van bedrijfsinstallaties. 13. Het zodanig samenstellen van reddingsploegen, dat zoveel mogelijk met eigen personeel tot bevrijding van onder puin bedolvenen kan worden overgegaan. Bij deze ploegen dient de leiding te berusten bij een personeelslid met kennis van de bedrijfsinstallaties, terwijl tevens een lid welervaren dient te zijn op het gebied van E.H.B.O. 14. Het uitrusten van de reddingsploegen óók met de bijzondere in het bedrijf nodige middelen voor het verlenen van hulp en voor het transport van