Art. 1 Landbouwwet, Begripsomschrijvingen
1. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen - teelt van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande met uitzondering van bosbouw; produkten:
a. alle voortbrengselen, welke, al dan niet na be- of verwerking, kunnen dienen als voedsel voor mens of dier, alsmede de bij be- of verwerking van die voortbrengselen verkregen derivaten en afvallen;
b. de niet reeds onder a begrepen voortbrengselen van de landbouw.
2. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt mede verstaan onder: handelaren: tussenpersonen; visserij: de mosselteelt, de oesterteelt en de viskwekerij.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 21 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:421
- CBb 21 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:414
- Hof Den Haag 31 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3067
- Hof Den Haag 31 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3071
- Hof Den Haag 31 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3072
- Hof Den Haag 31 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3070
- CBb 21 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:417
- CBb 21 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:418
- Conclusie A-G Timmerman 26 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1427
- Conclusie A-G Timmerman 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1266