Art. 2 Besluit houdende verhoging uitkeringen niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht met een algemene toeslag
1. Voor zover het recht op een uitkering op 1 januari 1957 niet is vervallen, worden de uitkeringen te rekenen van 1 januari 1957 of van het later tijdstip waarop zij zijn ingegaan of zullen ingaan, met inachtneming van de volgende bepalingen, ambtshalve verhoogd met een toeslag, verder te noemen algemene toeslag.
2. Op het tijdstip, met ingang waarvan een uitkering is verhoogd met een algemene toeslag, vervallen de toeslagen welke, krachtens de in artikel 1 genoemde besluiten, op een uitkering zijn verleend, met uitzondering van de extra-toeslag, bedoeld in artikel 5a van Ons besluit van 24 maart 1951 (Stb. 87).