Art. 43 SW, Aangifte, aanslag en conserverende aanslag
1. In iedere aangifte wordt één woonplaats gekozen in Nederland. De stukken betreffende de heffing van de belasting kunnen worden gezonden hetzij aan de gekozen woonplaats hetzij aan de werkelijke woonplaats of plaats van vestiging. Artikel 57 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen blijft buiten toepassing.
2. Zij, die voor de erfbelasting geen aangifte hebben gedaan of geen woonplaats hebben gekozen, worden geacht hun woonplaats te hebben gekozen ter laatste woonplaats van de overledene gedurende een jaar na het overlijden; na die tijd, alsmede indien niet een bepaald adres in Nederland als de werkelijke laatste woonplaats van de overledene kan worden aangewezen, ter secretarie van de gemeente, binnen welke de aangifte moet geschieden.
3. Zij, die voor de schenkbelasting geen aangifte hebben gedaan of geen woonplaats hebben gekozen, worden geacht hun woonplaats te hebben gekozen ter woonplaats van de schenker, of, indien niet een bepaald adres in Nederland als de werkelijke woonplaats van de schenker kan worden aangewezen, ter secretarie van de gemeente, binnen welke de aangifte moet geschieden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 5 juli 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:4124
- Rb. Arnhem 21 september 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BN7829
- Rb. Arnhem 10 juli 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BL1623
- Hof 's-Hertogenbosch 7 september 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3840
- Hof 's-Hertogenbosch 16 juli 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AL1843
- Hof Leeuwarden 3 oktober 2008, ECLI:NL:GHLEE:2008:BF7435
- Hof Arnhem 20 oktober 2009, ECLI:NL:GHARN:2009:BK1755