Art. 31 AOW, Vakantie-uitkering

Algemene Ouderdomswet (AOW)

1. Eenmaal per jaar vindt ambtshalve uitbetaling van de vakantie-uitkering plaats.

2. De in het vorige lid bedoelde uitbetaling vindt plaats in de maand mei en omvat de vakantie-uitkering, waarop recht bestond over de periode van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei.

3. De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.

Uitspraken die dit artikel aanhalen