Bijlage IV Uitvoeringsvoorschriften t.a.v. de verklaringen omtrent het gedrag

Uitvoeringsvoorschriften t.a.v. de verklaringen omtrent het gedrag

Verklaring omtrent het gedrag De burgemeester van 's-Gravenhage; Gezien het verzoek om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag van ........................................... .............................................................................................................................................................., (naam en voornamen) geboren op ................................................................... te ...................................................................., welke verklaring wordt gevraagd ten dienste van ............................................................................................................................................................... .............................................................................................................................................................. ..............................................................................................................................................................; (doel waarvoor de afgifte wordt gevraagd) Gelet op titel II van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag, alsmede op artikel 2, onder e, van het Koninklijk besluit van 30 januari 1956, Stb. 73, houdende uitvoeringsvoorschriften ten aanzien van de verklaringen omtrent het gedrag, zoals dat sindsdien is gewijzigd; Verklaart: dat hem uit het onderzoek naar het gedrag van betrokkene, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, van bezwaren tegen voornoemde persoon niet is gebleken. 's-Gravenhage, ................................................................................................................... De burgemeester,