Art. 59 Stoombesluit, Regelen, in acht te nemen bij het gebruik van stoomtoestellen en damptoestellen
De gebruiker van een stoomtoestel of damptoestel, voor het in werking brengen waarvan vergunning is vereist, is verplicht aan het Districtshoofd kennis te geven van:
a. het tijdelijk of blijvend ten gebruike aan anderen afstaan van het toestel;
b. de aard van elk gebrek, dat aan het toestel of aan het toebehoren is ontstaan, en van elke herstelling, die hij voornemens is dit te doen ondergaan;
c. elke wijziging, die hij voornemens is te brengen in de opstelling van het toestel, in het toestel zelf of in het toebehoren daarvan;
d. het tijdstip, waarop het toestel van de bekleding zal worden ontdaan, waarop het gelicht of gekanteld zal worden of waarop pijpen of delen van het binnenwerk zullen zijn uitgenomen;
e. elk voorval, dat van invloed is of kan zijn op de toestand, waarin het toestel verkeert.