Art. 28e HW
1. Bij inwilliging van het verzoek verlengt de kantonrechter de in artikel 28c bedoelde termijn tot ten hoogste één jaar. Deze termijn kan op verzoek van de gewezen huurder nog tweemaal worden verlengd met telkens ten hoogste een jaar. Het verzoek tot verlenging moet uiterlijk vier weken voor het verstrijken van de termijn worden ingediend. De indiening van het verzoek schorst de verplichting om tot ontruiming over te gaan totdat daaromtrent is beslist.
2. Indien partijen het niet eens zijn over de som, welke de gewezen huurder verplicht is te betalen als vergoeding voor het genot van de zaak of het gedeelte daarvan voor de termijn, waarmede de in artikel 28c bedoelde termijn is verlengd, wordt deze bij zijn hiervóór bedoelde beschikking bepaald door de kantonrechter, na ingewonnen advies van de huurcommissie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de huurcommissies. Hij stelt deze som vast op een, gezien het huurpeil ter plaatse, redelijk te oordelen bedrag. Hetzelfde geldt bij verdere verlenging van de termijn overeenkomstig het voorgaande lid.
3. Bij afwijzing van het verzoek anders dan op grond van artikel 28d, tweede lid, bepaalt de kantonrechter de termijn, binnen welke de gewezen huurder de zaak of het gedeelte daarvan moet ontruimen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Middelburg 6 november 2003, ECLI:NL:RBMID:2003:AN8334
- Conclusie A-G Huydecoper 13 februari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF8925
- Conclusie A-G Huydecoper 1 februari 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BB5923
- Conclusie A-G Langemeijer 7 december 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD3960
- Conclusie A-G Spier 19 december 1997, ECLI:NL:PHR:1997:15
- Conclusie A-G Van Soest 13 oktober 1989, ECLI:NL:PHR:1989:AC3230
- Conclusie A-G Leijten 15 juli 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC4265
- HR 11 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6917
- HR 28 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1531