Art. 12 Statistiekwet 1950, Nadere bepalingen omtrent aangiften die volgens de wettelijke bepalingen, bedoeld in de Douanewet, worden vereist
1. Hij die bij de toepassing van dit hoofdstuk een vals of vervalst geschrift vertoont, doet vertonen, overlegt of doet overleggen, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.
2. Indien de schuldige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het geschrift vals of vervalst is, kan hij bovendien worden gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
3. Het bepaalde in de vorige leden van dit artikel is mede toepasselijk op ieder, die zich buiten Nederland aan het daarin omschrevene schuldig maakt.