Art. 25 Groevenreglement 1947
De vergunning kan worden ingetrokken, indien:
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat de vergunning niet zou zijn verleend als bij de beslissing de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
b. de omstandigheden, op grond waarvan zij werd verleend, zich zodanig hebben gewijzigd, dat de vergunning niet zou zijn verleend als op het tijdstip van de beslissing de gewijzigde omstandigheden aanwezig waren geweest;
c. zij met het oog op gevaar voor lichamelijke schade niet gehandhaafd kan blijven;
d. blijkt, dat aan een of meer voorwaarden, waaronder zij is verleend, niet wordt voldaan.