Art. 6 Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven

Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven

1. De presidenten van en de procureurs-fiscaal bij de Bijzondere Gerechtshoven leggen, alvorens in bediening te treden, in handen van Ons of van een hiertoe door Ons of van Onzentwege aangewezen bijzonderen gemachtigde den eed (belofte) af, bedoeld in artikel 1g, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

2. De overige leden der rechterlijke macht bij de Bijzondere Gerechtshoven leggen dien eed (belofte) af in handen van den president van het college, waartoe zij behooren.