Art. 8 Wet herziening Wet instelling Militaire Willems-Orde
Wet herziening Wet instelling Militaire Willems-Orde
1. De eed (belofte), welke door den tot ridder der Militaire Willems-Orde benoemde wordt afgelegd, luidt: "Ik zweer (beloof) mij als een getrouw en wakker ridder te zullen gedragen, mijn leven altoos te zullen veil hebben voor Koning en Vaderland en door al mijn vermogen mij steeds trachten waardig te maken de onderscheiding, mij door den Koning toegestaan. Zoo waarlijk helpe mij God almachtig. (Dat beloof ik.)"
2. Vreemdelingen leggen den eed (de belofte) niet af.