Art. 82 Sb, Reinheid van de verblijven
1. De verblijven moeten schoon en in behoorlijk bewoonbare toestand worden gehouden; goederen en voorraden die niet het persoonlijk eigendom zijn van de gebruikers van het verblijf, mogen er niet worden opgeborgen.
2. Ten minste éénmaal per week wordt door de kapitein of een daarvoor door hem aangewezen officier een inspectie van alle verblijven gehouden, waarbij hij zich door een of meer leden van de bemanning doet vergezellen. Van zijn bevindingen wordt in het scheepsdagboek melding gemaakt.