Art. 2 WIDB 1930
West-Indisch Detacheeringsbesluit 1930 (WIDB 1930)
1. De uitzending geschiedt met een dienstverband van ten hoogste zes jaren, ingaande met den dag van aankomst uit Nederland in Suriname of in Curaçao, behalve voor officieren, voor wie de uitzending voor niet langer dan vier jaren geschiedt, zullende nochtans voorzoover de burgerlijke ambtenaren betreft, in zeer bijzondere gevallen, ter gezamenlijke beoordeeling van den Minister van Koloniën en van den Minister, onder wiens Departement de gedetacheerde laatstelijk ressorteerde, de termijn van ten hoogste zes jaren uiterlijk met twee jaren kunnen worden verlengd.
2. Aan een burgerlijk ambtenaar in dienst van het Rijk wordt: Komt een officier in aanmerking voor uitzending, als in dit besluit bedoeld, dan wordt hij: Een officier van de landmacht wordt voor den duur van zijne uitzending voor herinnering gevoerd bij de landmacht in Suriname of in Curaçao.
1°. ter voorbereiding van zijn vertrek uit Nederland voor ten minste veertien dagen vrijstelling van dienst verleend met behoud van zijne ambtelijke inkomsten;
2°. met ingang van den dag van zijn vertrek uit Nederland hetzij eervol ontslag uit den dienst, hetzij, voor den duur van zijne detacheering, verlof buiten bezwaar van ’s Rijks schatkist verleend.
a. indien hij tot de landmacht behoort, voor den duur van die uitzending beschouwd als te zijn ter beschikking van den Gouverneur bij de landmacht in Suriname of in Curaçao dienstdoende gesteld, als bedoeld in artikel 20, derde lid, der Bevorderingswet voor de Landmacht 1902;
b. indien hij tot de zeemacht behoort, voor den duur der zending beschouwd als tijdelijk door Ons tot andere diensten, niet behoorende tot het Departement van Defensie, te zijn geroepen en ter beschikking te zijn gesteld van den Gouverneur van Suriname of van Curaçao.
3. Het bepaalde bij het tweede lid onder 1° van dit artikel is ook van toepassing ten aanzien van een uitgezonden officier.