Art. 6:2:7 Sv, Opneming, aanvang, onderbreking en invrijheidstelling
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De tijd die door de tot gevangenisstraf of hechtenis veroordeelde in het buitenland in verzekering, in voorlopige hechtenis of in detentie is doorgebracht ingevolge een Nederlands verzoek om overlevering of uitlevering ten behoeve van de tenuitvoerlegging of verdere tenuitvoerlegging van deze straf, komt in mindering op de ten uitvoer te leggen straf.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een voorwaardelijke invrijheidstelling, tenzij die tijd, met toepassing van artikel 68, eerste lid, laatste volzin, reeds in mindering is gebracht op een andere straf die de veroordeelde heeft ondergaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 5 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6192
- Hof 's-Hertogenbosch 1 december 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:3799
- Hof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:2923
- Hof Arnhem-Leeuwarden 9 december 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:12130
- Hof Amsterdam 24 januari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:972