Art. 197 Sv, Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Het bevel, bedoeld bij artikel 196, is met redenen omkleed en wordt niet gegeven dan nadat het oordeel van een of meer deskundigen is ingewonnen en de verdachte ter zake is gehoord of behoorlijk opgeroepen. De rechter-commissaris nodigt de officier van justitie uit bij het verhoor tegenwoordig te zijn.
2. Het bevel houdende last tot overbrenging, en dat waarbij een daartoe strekkend verzoek van den verdachte is afgewezen, worden dezen onverwijld beteekend.
3. De verdachte kan van die bevelen binnen drie dagen na de beteekening in hooger beroep komen bij de rechtbank die zoo spoedig mogelijk beslist.
4. De rechtbank kan, ook in geval van hooger beroep van den officier van justitie, alvorens te beslissen, door den rechter-commissaris een nader onderzoek doen instellen en zich daartoe betrekkelijke stukken doen overleggen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 april 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:2340
- Rb. Rotterdam 12 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:4335
- Rb. Rotterdam 18 januari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:342
- Rb. Noord-Nederland 3 maart 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:680
- Rb. Noord-Holland 2 april 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:3461
- Rb. Midden-Nederland 28 oktober 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:5425
- Rb. Amsterdam 6 april 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0408
- Conclusie A-G Keulen 25 mei 2021, ECLI:NL:PHR:2021:510
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 september 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:8202
- Hof Amsterdam 21 november 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BG5371