Art. 54 Tramwegreglement, Treinbeambten, treininrichting en treinlengte

Tramwegreglement

1. Op het trekvoertuig moeten twee beambten aanwezig zijn indien geen inrichting aanwezig is die wanneer hij niet voortdurend of met korte tussenpozen door de bestuurder wordt bediend, het voertuig automatisch tot stilstand brengt;

2. In rijtuigen voor reizigersvervoer hoeft tijdens de rit geen beambte aanwezig te zijn indien de rijtuigen uitgerust zijn met een noodrem, aangebracht op een goed zichtbare en bereikbare plaats.

3. Het totaal aantal wielassen van een trein mag niet meer dan zestig bedragen. De Minister kan een hoger maximum aantal assen toestaan of een lager maximum aantal assen voorschrijven.