Art. 28 PHW, Van particuliere banken van leening
Tot pand worden niet aangenomen:
a. zaken, die kenlijk tot den eeredienst behooren of kenlijk afkomstig zijn van instellingen van weldadigheid;
b. zaken, die met duidelijke omschrijving bij den houder van de bank als door diefstal verloren zijn aangegeven, behoudens schriftelijke machtiging van de burgemeester;
c. zaken, behoorende tot de kleeding, uitrusting of wapening van een krijgsman beneden den rang van officier.