Art. 71 ROW, Invoerings- en slotbepalingen
In Nederland kan bij de wet en in de Nederlandse Antillen en Aruba kan bij landsverordening worden verklaard, dat de in deze Rijkswet vervatte onderlinge regeling dient te worden beëindigd. Met ingang van het derde kalenderjaar na dat van afkondiging van zodanige wet of landsverordening verkrijgt deze Rijkswet in Nederland de staat van wet en in de Nederlandse Antillen en Aruba de staat van landsverordening.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G van Peursem 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:317
- Rb. Midden-Nederland 2 november 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:5609
- Rb. Den Haag 19 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:6407
- Rb. Den Haag 11 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4127
- Rb. Den Haag 27 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8507
- Hof Den Haag 27 november 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3954
- Rb. Den Haag 15 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29403
- Rb. Den Haag 4 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23168
- Rb. Den Haag 20 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21986
- Rb. Den Haag 26 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19391
- Rb. Den Haag 29 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19388
- Rb. Den Haag 19 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:17175
- Rb. Den Haag 12 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16624
- Rb. Den Haag 25 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18575
- Rb. Den Haag 24 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17244
- Rb. Den Haag 15 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17239
- Rb. Den Haag 8 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19502
- Rb. Den Haag 14 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:12900
- Rb. Den Haag 15 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7675
- Rb. Den Haag 22 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2490